Pagina's

zondag 7 april 2013



Nelson Mandela en de kracht van een man. 

Zuid-Afrika slaakt een zucht van verluchting. Nelson Mandela, Madiba of tata mag terug naar huis. Een van de meest gestelde vragen de laatste weken was wellicht ‘Wat zal er met Zuid-Afrika gebeuren na zijn dood?’ Een vraag die misschien meer irrelevant dan relevant is maar toch een vraag die velen bezighoudt, zo blijkt. Gisteren op een etentje bij vrienden kwam het gesprek even op de man die velen, zeker van onze generatie, meedragen als een held uit het Zuiden. Zoals een van de gasten het formuleerde: Mandela en Che Gevara sierden onze muren in de roep voor een betere wereld.  Ook ik, als jonge studente, zong luid mee op de tonen van ‘Free Nelson Mandela’. Veel wist ik nochtans niet over Zuid-Afrika. Er was Zola Budd, de fantastische atlete die op blote voeten liep en de Britse nationaliteit kreeg omwille van Apartheid. Er was ook Pieter-Willem Botha, de grote krokodil en de premier van dit land met een verderfelijk regime en waar bovendien iedereen van het blanke ras Botha heette, dacht ik. Er was Helene Pastoors die een bomauto had laten ontploffen en waarrond in ons land ook heel wat heisa was ontstaan. Er waren Paul Simon en Miryam Makeba, die me de  zwarte Zuid-Afrikaanse klanken leerden kennen en me op die manier lieten kennismaken met de andere kant van Zuid-Afrika maar er was vooral de foto van het dode lijkje van Hector Pieterson, het dertienjarig jongetje dat het leven verloor tijdens de Soweto Uprisings in 1976. Die foto is mijn eerste herinnering aan Zuid-Afrika. Als kind van ongeveer dezelfde leeftijd kon ik maar niet begrijpen waarom die wrede politiemannen een weerloos kind konden doodschieten. Het was iets onwezenlijks. Veel begreep ik niet van Apartheid, wel dat het verschrikkelijk was om mensen van een andere huidskleur anders te behandelen, zelfs te vermoorden en al zeker om op een hoop onschuldige kinderen schieten. Het was toch niet meer van onze tijd en voor zover ik het toen begreep, in een land met een zekere beschaving was dit not done. Een reflectie die voor een elfjarige te begrijpen valt en zeker in de tijdsgeest van eind jaren 70, waar beschaving brengen nog een nobele opdracht was alsof er geen beschaving was in Afrika. Gaandeweg bleef dit land me boeien. Ik herinner me de nieuwsberichten van toen en hoe Frederik Willem de Klerk Botha aan de kant schoof en dit de eerste tekenen tot verbetering waren. Het verbod op het ANC werd opgeheven en dit alles leidde tot de vrijlating van Nelson Mandela. Eureka! 

Nelson Mandela en de gebeurtenissen waren toen voor mij een symbool dat er nog veel onrecht in de wereld was maar ook het geloof dat strijden vanuit de basis een kans tot slagen heeft en dat het onrecht dan wel zal verdwijnen. Nochtans lijken de beelden en verhalen die ons dezer dagen bereiken, twintig jaar na apartheid, niet erg hoopgevend. Zuid-Afrika is voor velen een land van geweld en armoede geworden, nog niet zo erg als Congo, als we dan toch een referentie moeten nemen, maar toch. We krijgen reportages over  verkrachtingen, drugsproblemen, Aids, extreme armoede, townships, corrupte politici en rassengeweld met als metafoor de verzuurde extreem rechtse Afrikaners die zich voorbereiden op een rassenoorlog in trainingskampen. Het lijkt wel een natie op drift waardoor een vraag 'Wat moet er met Zuid-Afrika gebeuren als Nelson Mandela sterft?' niet onlogisch lijkt.  
Er zijn veel problemen. Problemen die men niet correct heeft ingeschat bij de overgang. De vraag is natuurlijk of men die had kunnen inschatten. De basis waarvan men vertrok was er een met een minderheid van blanke welstellenden, veel arme zwarte armoede maar misschien meer nog een land dat werd open gesteld aan een wereld die in een razend tempo zijn stempel drukte op de Zuid-Afrikaanse samenleving. De vrije markt nam over, er was te weinig correctie vanuit de regering en er bleef de grote kloof tussen arm en rijk.

Ik moet eerlijkheidshalve bekennen dat ons verblijf daar me ook soms moedeloos maakt. Bezoeken aan de townships zijn geen streling voor het oog. Vaak was ik geschokt door de gedrogeerde jongeren die doelloos rondhangen, de blikken, soms apathisch, soms agressief van Aidspatiënten die op hun medicatie wachten, scholen waar geen boeken aanwezig zijn en kranten die vol staan met verhalen van een corrupte Zuma en de zijnen die ondertussen het belastingsgeld gebruiken voor eigen gewin. Niet alleen de townships shockeren. Er is de blijvende segregatie, een erfenis van apartheid die hardnekkig stand houdt. Rijken blijven in hun enclaves leven, nu geen louter blanke elite maar ook een zwarte, die zich beiden afscheiden van het arme Zuid-Afrika. Je stapt in je beveiligde compound in de wagen en stapt er uit in de bewaakte garage van de shopping mall. De obsessie van het geweld heeft er veel mee te maken. Zuid-Afrika heeft een obsessie met geweld. Er is veel geweld maar er zijn niet alleen slachtoffers van het fysieke geweld maar tevens het geweld waarmee wapens, beveiligingssystemen, verzekeringen aan de man worden gebracht en de idee dat men het recht in eigen handen mag nemen. Het sluit mensen meer van elkaar af. 

En toch is er de vrees dat het nog slechter wordt, eens Mandela er niet meer is. Ik denk wellicht nog meer in het buitenland dan in Zuid-Afrika. Vreest men werkelijk een opstand die nu nog ingehouden is uit respect voor Madiba en dat men zijn ANC niet wil beschadigen? Wat is het met Madiba dat hij moet blijven leven omdat het land niet zou verscheuren? En leeft die perceptie ook in Zuid-Afrika? 
Ik kan niet spreken voor Zuid-Afrika als land maar ik kan wel getuigen uit mijn vele gesprekken en observaties die ik het afgelopen jaar heb gedaan in Kaapstad dat het wellicht niet zo een vaart zal lopen. Persoonlijke verhalen en werken vanuit de basis zorgen ervoor dat de realiteit toch veel genuanceerder is. Er zijn de structuren die nog verre van perfect werken maar er zijn de zovele getuigenissen die ik heb gehoord van mensen die er wel nog in geloven. Er zijn de zovele initiatieven waarbij mensen de kloof tussen arm en rijk proberen te verminderen door lokale projecten op te starten, er zijn ook de initiatieven uit de regering zoals gratis Aidsremmers uitdelen, er zijn de scholen die wel werken, de universiteiten die gemengd zijn,  buurten waarbij de beveiligingssystemen niet zo prominent aanwezig zijn, waar de segregatie niet zichtbaar is en er zijn zelfs vrouwelijke buschauffeurs met hoofddoek. Meer en meer krijgt men ook de zwarte en gekleurde intellectuelen die op de voorgrond treden, er zijn ook de schrijvers, muzikanten, filmmakers maar ook bedrijfsleiders, winkeliers, restauranthouders, boekhouders, secretaressen ... mensen die een voorbeeld zijn voor de vele andere en de reden zijn om te blijven dromen van een toekomst waarbij ook hen mogelijkheden zullen gegeven worden en waarbij zij ook hun verhaal kunnen delen. 

Velen geloven in Mandela, zijn boodschap voor een betere wereld en velen nemen die ook ter harte.  Hij heeft voor zijn land geleden en hij was in staat zijn leven terug op te pakken zonder iemand te veroordelen. Het is net die kracht die Madiba uitstraalt bij de Zuid-Afrikanen en hun geloof in een betere toekomst. Het symbool Mandela zal niet zo rap verdwijnen, zelfs niet als de man er niet meer is. 
Velen zullen tranen laten, ongetwijfeld en ik zal zeker een van zijn, maar zijn nalatenschap zal ondanks alle huidige problemen stap per stap leiden tot een land dat het leven voor iedereen 'draaglijk' maakt. 








woensdag 7 november 2012

Kamer met een ander zicht

Ooit begon ik mijn blog met 'Ik logeer in wat ooit de vertrekken van de meid waren in een oude Engelse villa. Het zicht is fantastisch. Ik kijk uit op Tafelberg, met aan zijn voeten Kaapstad. De stad waar ik op zoek ga naar ervaringen van mensen met hun stad.'
Ondertussen zijn we twee maanden verder en heb ik een kamer met een ander zicht. 
Het zicht is prachtig. Het Boutersems groen en platteland zouden me mateloos moeten inspireren maar het direct contact met de Zuidafrikaanse realiteit is er niet meer, de motiverende gesprekken vallen weg, de huishoudelijke plichten roepen weer, hond en kat roepen om aandacht, besognes van familie en vrienden eisen mijn aandacht, lessen beginnen en mijn blik vervaagt wat. Het wordt allemaal een beetje blurry ... en ik geef toe aan de vele afleidingen die er rondom mij zijn en zoek soms excuses om mijn gebrek aan motivatie te verklaren. Ik ben ook maar een mens, denk ik dan. 
Tot gisteren ... Nikita, een medestudente, en ik besloten om samen te werken in de bibliotheek. Zij schrijft over haar ervaringen uit Indie, waar ze leefde in een lepracommune. Ik besloot me terug te concentreren op mijn verhalen uit Zuid-Afrika. Ik moet tenslotte dit jaar een thesis afleveren waarin ik mijn ervaringen verwerk op een antropologische manier. Ik stort me op wat literatuur die me wat duiding geeft bij het verwerken van de ervaringen, ik pruts wat aan mijn tekst, voor de zoveelste keer. Ik slaag er niet in om iets te schrijven wat me voldoening geeft. Ik weet eigenlijk zelf niet meer wat ik moet vertellen en nog minder hoe ik het moet vertellen, denk te moeten voldoen aan de regels van de kunst der antropologen en nog steeds ben ik hopeloos op zoek naar die kunst. 
Dan kwam de pauze ... pauzes zijn een welkome afleiding voor studenten. De pauze bleek voor mij het moment waarbij misschien de vicieuze cirkel van geklaag en gezaag wordt doorbroken. Als bij toeval bleek mijn promotor ook nood aan een welkome afleiding te hebben, en wellicht nog meer aan een sigaret. Eerlijk gezegd durf ik de mens niet meer onder ogen te  komen. Mijn openheid en vertwijfeling, frustratie die ik soms teveel met hem deel  maar vooral mijn gebrek aan tekst, zorgen ervoor dat ik liever de andere kant opkijk dan met hem te moeten babbelen. 
Maar nood breekt wet ... dan begin je maar onhandig een gesprek ... en zeg ik dat ik voor hem aan het werken ben. Hij is tenslotte mijn promotor en hij moet de thesis lezen. Zoals gewoonlijk is hij niet echt onder de indruk maar probeert hij me toch wat promotorlijke raad te geven: 'Je moet niet voor mij werken, maar je moet dit voor jezelf doen.' Ik kreeg het tot twee maal toe te horen.  Eerlijk gezegd, meestal ben ik rap van antwoord, nu ontbrak de fut me iets te zeggen, er raasde nochtans van alles door mijn hoofd maar ik dacht 'Ik stel me vaak te kwetsbaar op en daar heeft die mens geen boodschap aan. Er zijn zoveel studenten, er zijn zoveel thesissen en wat voor mij mijn hoofdbekommernis is is voor hem routine. Laat hem gerust.'
Met de moed der wanhoop en met een promotorlijke raad die ik weer maar eens niks vond, zette ik mij weer achter de boeken. Nog beter, nu schrijf ik een thesis voor mezelf, dacht ik ... dat helpt ... qua motivatie kan dit wel tellen ... 
Maar misschien kent de man me beter dan ik denk, misschien ook niet maar hij blijkt toch een gevoelige snaar geraakt te hebben. Zijn woorden zinderen de hele dag door het hoofd, ben ik wat 'pissed' en denk ik ... hmmm ... voor mezelf ... deed ik daarom die studies: voor mezelf? Ben ik naar Kaapstad getrokken om mijn eigen nieuwsgierigheid te bevredigen? Doe ik die studies om mezelf te verrijken, lettelijk en figuurlijk? Ondertussen lees ik een lezing gegeven door Rene Devisch, emeritus professor van ons departement, ter gelegenheid van zijn Eredoctoraat in Kinshasa. De man vertelt over wat hem motiveerde antropologie te doen en vooral wat voor hem een antropoloog is. Het inspireert me, voor de eerste keer sinds lange tijd, krijg ik weer wat moed. Ik wil ook verhalen brengen van gewone mensen.   Antropologie studeren voor mij was om op een andere manier te leren kijken naar mensen en meer nog om op een andere manier over mensen te schrijven. Hoe kan ik een stukje realiteit van de inwoners van Kaapstad proberen weer te geven zonder aan de echtheid van hun ervaringen in te boeten maar ook met een zekere objectieve blik. Ik wil aan de hand van subjectieve verhalen van mensen te proberen proberen te begrijpen hoe samenlevingen voortdurend evolueren en nog meer hoe mensen ermee omgaan. In die zin doe ik het voor mezelf. Maar ik doe het vooral voor hen want hun verhalen die ze mij toe vertrouwden verdienen om gehoord te worden. Hun realiteit is niet zo zwart/wit als die uit de geschiedenis blijkt en aan de hand van hun subjectieve ervaringen hoop ik hiermee een ander meer genuanceerd beeld te kunnen geven. Dit ben ik hen nu wel schuldig. En ... ik doe het toch ook een beetje voor jou, promotor, eerst en vooral omdat ik van jou wil leren hoe ik moet schrijven over mensen maar ergens heb ik ook nog altijd de ijdele hoop dat ik jou ook al is het maar voor even, wat kan boeien met mijn verhalen over het beleven van een groep Afrikaners in hun stad,  Kaapstad. 








zondag 26 augustus 2012

Afrikaanse Kos en meer



"Wat is dit? Vir jou, se Pappa. Omdat jy verjaar. Vier dik stomppote. Twee ore soos vadoeke waaruit stukkies gebyt is. Op sy rug en sy kop  'n bult vol dun rooierige haartjies. Aan sy dikke boude 'n stert, nog langer as Ping se vlegsel. Maar die allergekste aan de grote, gekke hond is dat sy neus tot op de gront hang. Dit is niet een neus nie, dis 'n slurf, lag Pappa. En dis nie 'n hond niet, Marthe, dis 'n olifant." Zo las Antjie Krog voor uit de vertaling van een 'wonderlijk' Vlaams kinderboekje "Sam, 'n ware verhaal van 'n dogtertjie en haar olifant" van Ingrid Vander Veken. Lapa uitgewers gaf haar jaarlijkse bijeenkomst waarbij Afrikaanse schrijvers hun boek kunnen voorstellen. Naar jaarlijkse traditie wordt ook een Vlaamse schrijver uitgenodigd. Deze keer had Antjie, gerenomeerde Zuid-Afrikaanse scrhrijfster, het boek gekozen. Ze verbleef in het 'schrijvers' appartement te Antwerpen, en vond in de rekken het leuke boekje van Ingrid over het verhaal van een meisje dat voor haar verjaardag een olifant kreeg, een echt gebeurd verhaal nota bene.
Het was georganiseerd in de gebouwen van de literaire kring van Nederlandse - Afrikaner literatuur. Er is altijd een band geweest tussen Zuid-Afrika en Vlaanderen en dit bewijst ook deze bijeenkomst. Is het de taal of is er meer? Afrikaners zijn natuurlijk afstammelingen van Nederlanders en Duitsers maar er is toch een zekere compliciteit met Vlamingen. De taal ligt in elk geval dichter bij het Vlaams dan het Nederlands. Ingrid wijst me er zelfs op dat er veel gelijkenis is tussen West - en Oostvlaams en het Afrikaans. De sk-klank draagt ertoe bij en ook de dubbele negatie en uitspraken zoals gezei en seun maar niet enkel de taal, er is nog meer.  Toen ik het gebouw binnentrad, dacht ik terug aan een gesprek met een Zuidafrikaanse vriend die pas in Belgie op bezoek was en gevraagd werd om er een kunstwerk te maken dat typerend is voor Vlaanderen maar dat ook de verschillende culturen samenbrengt. Het kunstwerk moet nog bekend gemaakt worden maar laat mij zeggen dat het om eten en drinken gaat. Hij vertelde me dat dit hem had getroffen. 'Mensen blijken elkaar te vinden in restaurants, tea-rooms, cafe's en dat dit de plekken zijn waar Vlamingen, Belgen en andere culturen geen onderscheid maken. We eten allen Chinees, Vlaams, Belgisch, Turks, Spaans.
En net dit is wat me hier nu ook opvalt. Afrikaners houden ook van eten en drinken. Geef toe, om op een literaire bijeenkomst aan te komen om 9 uur 30 's morgens en een glas wit wyn te krijgen als verwelkoming, kan wellicht enkel ook bij ons gebeuren. Alhoewel wij eerder een glas bier zouden aangereikt krijgen. Niet enkel wijn was er om onze smaakpapillen te verwennen maar nog meer de gerechten die allemaal het resultaat zijn van een geschiedenis van diverse culturen zoals hun namen al laten vermoeden. Grote schalen met met bobotie sosaties, samoosas, vetkoek en natuurlijk ook de zoetigheden melktert, koeksisters, malvapudding, tamboesies sierden de tafels.
Soms zijn er toevalligheden, maar ook in haar boek 'Change of Tongue' beschrijft Antjie Krog het belang van de kombuis (keuken) bij Afrikaners. Haar Ouma maakte ooit een heel feestmaal voor een Engels gouverneur generaal, de vijand nota bene. De liefde voor het eten straalt uit de brief die haar Ouma over het evenement beschreef: "Klasie presented this enormous pudding to him in a newley painted wheelbarrow. With the coffee we served milk tart, koeksisters and Aunt Stoffie's feather-light jam puffs and paper-thin slices of guava marinated in port."
Er is veel geschreven over Afrikaners en ze hebben heel zeker een complexe geschiedenis maar als ik nu terug 'huis toekeer'  zal ik net zoals mijn Zuidafrikaanse vriend de Vlaming identificeert met de eetcultuur, ook de Afrikaner associeren met heerlijke gerechten en een glaasie wijn. En wellicht ligt hier onze compliciteit, in het vermogen om de cultuur van de andere in onze cultuur op te nemen, zij het dan via de eetcultuur.
 



zaterdag 18 augustus 2012

Frustratie

Zuid-Afrika, een land in verandering, maar een land met grote frustraties. De beelden van de afgelopen dagen over de schietpartijen zijn shockerend en vele analyses achteraf ook. Politici verdringen elkaar op het scherm om de schuldige aan te wijzen. Het is de fout van het ANC, het is de fout van de politie, het is de fout van de vakbonden, het is de fout van iedereen...maar wellicht nog het meest van de armoede. Ook de onlusten de afgelopen week in Kaapstad. Tijdens mijn verblijf de afgelopen weken heb ik me voortdurend proberen af te vragen hoe ik in dergelijke omstandigheden zou kunnen leven. Mensen proberen creatief te zijn, sommige proberen er iets van te maken, andere proberen hun dromen waar te maken...maar men kan het romantiseren, de harde realiteit is dat velen geen lopend water hebben, velen geen elektriciteit, geen sanitair en alcoholisme, drugs, vrouwenmishandeling er welig tieren. Neem nu de mijnwerkers, leven in dezelfde omgeving, werken in zeer ongezonde omstandigheden en verdienen 400 Euro per maand. Eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik in al mijn radeloosheid, frustratie en woede ook zou protesteren en wellicht stomme dingen zou but so what, wat heb je te verliezen? Als je je menselijke waardigheid niet meer hebt, wat rest er dan nog? Twintig jaar na apartheid is het nog steeds een strijd voor de zwakkeren. Al hun hoop was gericht op een beter leven voor iedereen en nog altijd blijft een grote hoop leven zonder een beter leven. Twintig jaar na apartheid, heerst er nog altijd apartheid. Niet noodzakelijk de blanke tegenover de zwarte, maar de rijke tegenover de arme. En toch moet er verandering komen. Daar draait het hier nog altijd om 'change'. Hopelijk zien de politieke leiders in dat er change moet komen voor iedereen. Want na al mijn gesprekken hoor ik vooral frustratie. Wellicht zijn er politieke theorieën, economische en heel zeker ook antropologische, maar soms bij het zien van dergelijke beelden moet men zijn verstand eens uitschakelen en het buikgevoel laten domineren. Eens te meer is de arme Afrikaan het slachtoffer. Laat me eindigen met een van de boegbeelden van de négritudebeweging. 

Aime Césaire
those who have invented neither powder nor compass
those who could harness neither steam nor electricity
those who explored neither the seas nor the sky
but those without whom the earth would not be the earth
gibbosity all the more beneficent as the bare earth even more earth

my negritude is not a stone, its deafness hurled against the clamor of the day
my negritude is not a leukoma of dead liquid over the earth’s dead eye
my negritude is neither tower nor cathedral

it takes root in the red flesh
of the soil it takes root in the ardent flesh
of the sky it breaks through the opaque prostration with its upright patience

Eia for the royal Cailcedra!
Eia for those who have never invented anything
for those who never explored anything
for those who never conquered anything

maandag 13 augustus 2012

Pink boots


Klik hier om het volledige album te bekijken

'God created the rose in the likeness of Woman'. Zo stond op het kaartje dat Kamilla en ik ontvingen op een van onze bezoekjes aan de  townships van Strand. Vijf dames in blauwe t-shirts begeleid door hun mannelijke collega in politie-uniform deelden de kaartjes uit. Ze bezochten de school om alle vrouwelijke leerkrachten een prettige vrouwendag te wensen. Het was niet het enige vrouwengebeuren waarmee we geconfronteerd waren die dag. Bij het bezoek aan de school bleken de vrouwelijke leerkrachten allen weg om samen met de directrice hun vrouwendag te vieren met een kopje koffie. Was dit in een school in België gebeurd dan stond de school wellicht op zijn kop. Hier zaten alle kinderen plichtsbewust te werken terwijl er geen leerkracht voor de klas stond. ‘Dit zou nooit gebeuren in Belgie’, zei Kamilla. De school in de township is een beetje het paradepaardje van Elsa, die me die dag rondleidde. Ze heeft veel bijgedragen voor de school tot het betalen van een muziekleerkracht die een koor heeft opgebouwd, maar er zijn ook de computers en nog zoveel meer. De directrice is fier te kunnen zeggen dat de school in de laatste jaren verdrievoudigd is in aantal leerlingen. 
Ik zou dit verhaal willen wijden ter gelegenheid van vrouwendag aan ‘wonderlijke vrouwen’, zoals ze hier plegen te zeggen. In mijn zoektocht naar verhalen over mensen in postapartheid werd ik in contact gebracht met Elsa. Ze was ooit doctor in zielskunde in Potchefstroom. Zoals velen verliet ze het dorre binnenland om aan de Kaapse kust van haar pensioen te genieten. Ze is overtuigd lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk en juist omwille van haar geloof vindt ze het haar plicht om voor de minderbedeelden te zorgen. Mijn eerste gesprek met haar had me in de war gebracht. Verhalen van mensen die apartheid hebben meegemaakt als Afrikaner en deel waren van een systeem, roept ambigue gevoelens op. Op een gegeven moment vertelde me ze dat ze toen in de jaren tachtig de Cosby show op tv zagen, ze voor het eerst beseften dat ‘zwartmense’ ook intelligent konden zijn. Dat in die jaren tachtig veel voor hen duidelijk werd, dat iedereen ‘gelijk is in de ogen van God’. Ik mag geen oordeel hebben maar er bleven vraagtekens in mijn hoofd. ‘Hoe kon een docent zielskunde (psychologie) zo denken?’
Zoals iedere Afrikaner die ik spreek, vond zij het ook goed dat apartheid verdween en dat iedereen nu een kans kreeg. Dit opende een hele reeks mogelijkheden voor een hele hoop mensen maar ook de mogelijkheid voor een volk dat zo achtervolgd wordt door zijn geschiedenis om zich opnieuw te profileren.  Hoewel religie aan belang inboet, is Zuid-Afrika een heel religieus land. Er zijn zoveel religies als er mensen zijn en ondanks de vele problemen in dit land, blijkt er tussen verschillende godsdiensten geen problemen te zijn.  Elsa is ook overtuigd lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk en vindt dat in de huidige omstandigheden het haar plicht is om de minderbedeelden te helpen. Ze zamelt fondsen in voor de lokale school in de township om voedsel te kopen, ze organiseert voedselbedelingen in het ziekenhuis voor de HIV-patiënten die hun pil moeten innemen met voedsel, ze wil een dagcentrum voor de kleintjes in de armste township in Strand, Casablanca. Casablanca heeft een exotische naam maar is een trieste aanblik van vervallen huisjes. Elsa toont me het stuk land waar ze het dagcentrum voor de kleintjes wil openen. Nu behelpen ze zich met een kleine container zonder elektriciteit en water om de kinderen op te vangen. Er is maar plaats voor 12 kindjes van de wijk en volgens haar zou het zo goed zijn om alle kindjes van de wijk daar te kunnen opvangen. De armoede is niet te omschrijven in Casablance en niet enkel Elsa maar ook vrouwen van de wijk zelf proberen het er toch ook menselijk te maken voor de inwoners. Irma is een van de mensen die beter af is in de wijk. Haar man heeft werk in de bouwsector en zij hebben een ‘degelijk’ huisje kunnen bouwen. Het is niet groot maar gezellig. Ze heeft ook een fornuis waarop ze soep kan koken. Elsa zorgt voor de ingrediënten en Irma maakt twee keer per week soep in haar Sopkombuis waarbij de buurtbewoners gratis soep komen halen. Zo eten ze tenminste twee keer per week gezond, zegt ze. Toen we vorige vrijdag meehielpen op de 3-maandelijkse tweedehands kledijverkoop in Casablanca, realiseerde ik me pas de ellende. De verkoop had hetzelfde effect als de solden bij ons. De mensen stormden op de kledij en voor 0,2 Euro per stuk konden ze zich een hele outfit samenstellen. Elsa vertelde dat ze geld moesten vragen omdat de eerste keer toen alles gratis was, de mensen begonnen vechten en kleren van elkaar afnamen en zelfs het pand afbrandden.  
Er heerste een soort ruwheid tegenover elkaar op de verkoop. Jongens stormden bij onze aankomst op onze auto af in de hoop een centje bij te verdienen bij het helpen dragen van de zakken. Het kruiperige gedrag, sir, madam ... raak ik niet gewend. Toch was er ook plezier. Pubermeisjes vonden een paar roze laarzen met heel hoge hakken en dit was aanleiding genoeg om het komende uur even in een droomwereld te vertoeven en zich eventjes model te wanen. 
Ik raakte er aan de praat met Jennifer. Ze woont ook in Casablanca en is een beetje aanzien als de mama van de wijk. Ook zij helpt met de sopkombuis omdat ze wil zorgen voor de mensen. ‘I love people’ zegt ze, ‘I don’t have anything but I like to give because I know what it is to be hungry’. Ze heeft drie kinderen, en heeft al de nodige miserie doorgemaakt. Haar zoon was aan tik, soort drug, en heeft haar zelfs beroofd van het weinige dat ze bezat, omdat hij geld nodig had. Hij is gelukkig van de drugs af, zei ze, en heeft nu een job. Haar jongste dochter was zwanger toen ze 15 was en nu draagt zij zorg voor haar vierjarig kleinkind. Ze is zo fier dat ondanks de zwangerschap haar dochter toch goed studeert op school. Dit kon niet zonder de vrijgevigheid van de mensen van kerk, zegt ze. Ze wil zo graag dat ze een diploma haalt zodat ze werk kan vinden. ‘I keep faith in the Lord above. He means the best with us.’ , gaat ze verder. Zij is lid van een Afrikaanse Christelijke kerk en dit houdt haar recht. ‘God is there to take care of us.’
Toen we wegreden ging er maar een gedachte door mijn hoofd. God kan al die ellende toch niet gewild hebben.
En toch is het ontroerend. Elsa samen met haar groep vrijwilligers uit de kerk, wonend in de betere wijk van de stad, probeert haar medeburgers in de sloppenwijk een menswaardig leven te geven. De religie is als een bindmiddel tussen twee delen van de stad. Veel vragen spoken nog door mijn hoofd maar voorlopig wil ik het houden bij de getuigenis van vrouwen die hun sterkte halen uit hun geloof, enerzijds om elkaar te helpen, anderzijds om zin te geven aan hun bestaan. En al is het maar om enkele tienermeisjes een uur plezier te geven aan een paar roze botten ... 'God created the rose in the likeness of Woman'


dinsdag 31 juli 2012

Madiba' s verjaardag


Klik hier om het volledige album te bekijken
Nelson Mandela was jarig. Hij werd 94 op 18 juli en voor een dag is iedereen in de ban van Mandela. Van blank tot zwart en tussenin, iedereen houdt van Madiba of tata (vader), zoals hij hier wordt genoemd. Enkel foto's waren beschikbaar van de jarige man en enkel een kleine schare mensen was toegelaten op zijn feest, maar een hele natie vierde mee door zijn ideeëngoed te eren en 67 minuten aan liefdadigheidswerk te doen.
67 omdat de man 67 jaren van zijn leven gewijd heeft aan de strijd voor de gelijkheid van zijn volk en alle andere volkeren. Net die dag werd de natie ook verlicht van een periode van slecht weer, en konden de vele mensen waarvoor Mandela zo heeft gestreden bekomen van de waterellende die hun townships teisterden. De zon en warme temperaturen bleken meer dan 67 minuten aan community service te doen uit eerbetoon voor Madiba.
Hoe een volk dat zo verdrukt is geweest en zo vernederd, is blijven geloven in een betere wereld maar meer nog hoe een man na zoveel ellende te hebben doorstaan door een regime die hem uitsloot op basis van zijn huidskleur diezelfde mensen heeft vergeven, is bijna onwezenlijk.


Net de dag ervoor had ik met mijn familie District Six museum bezocht. Distrix Six gaapt als een lelijke wonde in downtown Kaapstad en is een symbool voor de apartheidspolitiek die gedurende jaren werd gevoerd. Ooit was het een een arbeidersbuurt, levendig zo gaan de verhalen en heel multicultureel. Vele nationaliteiten woonden bijeen en het werd met zijn vele restaurants en bars aanzien als het uitgangscentrum van Cape Town. Het plaatje van dit leven paste niet in de ordentelijke, zuivere en calvinistische levensstijl die het apartheidsregime voor ogen had. Ruimtelijke ordening in al zijn extremiteit werd dan ook uitgevoerd en wat niet hoort, kan maar beter verplaatst worden naar een ander gebied. In de jaren 60 werd beslist de wijk volledig te ontruimen en af te breken voor een nieuwe blanke wijk die er uiteindelijk nooit is gekomen. Nu is het een deels bebouwd braakliggend terrein. De inwoners werden verbannen naar de Cape Town flats, de andere zijde van Tafelberg. Tot op heden zijn dit de townships die Cape Town als het ware omarmen.
We hadden het geluk Noor te horen vertellen, zelf ooit inwoner en uit de wijk verbannen. Hij begeleidde die dag een groep moslim schoolkinderen, netjes in uniform, sommige meisjes met hoofddoek, sommige jongens met  fez maar een vrolijke bende tieners, nu inwoners van de omgeving rond District Six.
Noor werd geboren in District Six. Hij was tweede generatie in de buurt. Hij stichtte er zijn familie, had er zijn werk en op een dag in 1975  was alles gedaan. Zijn familie had een maand om het huis leeg te maken en te verhuizen. Elke dag zes jaar lang ging Noor naar zijn huis terugkijken tot het op een dag met de grond was gelijk gemaakt.   Noor getuigt van het kleurrijke bestaan in de wijk en de vele culturen die er dagelijks zorgeloos met elkaar omgingen. Wellicht zijn de herinneringen rooskleuriger dan het werkelijke leven maar hoe kan een regime op een dag beslissen dat het leven dat in een wijk werd gecreëerd minderwaardig was aan dat van zijn eigen volk? Hoe kan een regime zo obsessief bezig zijn met het beschermen van zijn eigen soort dat het  mensenlevens gelijkstelt aan een hoop stenen en hoopt dat alles met een bulldozer verdwijnt?   Het zijn vragen die voortdurend door mijn hoofd spoken en spreken met de mensen die toentertijd deel uitmaakten van de apartheidspolitiek biedt me niet altijd een antwoord, alleen maar meer verwarring. Want ook zij zijn mensen, en velen slachtoffer van een dogmatisch beleid.
Niet alleen families werden uit elkaar gerukt in District Six maar ook een hele gemeenschap. De gevolgen zijn dramatisch, zeker voor volkeren waar gemeenschapszin zo belangrijk is en familie de basis is van hun bestaan. Apartheid als enige schuldige aanduiden zou niet fair zijn en de grote ellende die er nu heerst, 20 jaar na apartheid, is tevens het gevolg van een voortdurende veranderende wereld waarbij globalisering, neoliberale politiek, maar ook zo wordt me meer en meer duidelijk, een falend beleid van de regering. 
De  armoede wordt alsmaar schrijnender en de waarden die zo belangrijk waren voor verschillende gemeenschappen verdwijnen en zorgen ervoor dat groepen mensen geen houvast meer hebben.    


Gisteren bezochten mijn dochters en ik een onderwijsproject in een van de armste townships van Cape Town, Lavender Hill, die momenteel geteisterd wordt door het vele ganggeweld. Men vertelde ons dat dit een van de gebieden was waar mensen van District Six werden verbannen. We namen deel aan een programma voor het begeleiden van ouders bij het het opvoeden van hun kinderen. Komend uit ons Belgenlandje, is de aanblik van de huisjes met golfplaten daken, reclamepanelen als muur maar soms ook huisjes waar mensen proberen iets gezelligs te maken door kleine voortuintjes aan te leggen, toch telkens wennen. Meer nog, hoe mensen met zoveel op zo een kleine oppervlakte leven, is helemaal onbegrijpelijk.  En toch leven de mensen er verder, fietsen ze er, zie je vrouwen kletsen, zie je mannen keuvelen... Mijn onwetendheid van het leven in een township bleek algauw tijdens een van de gesprekken met Natasha, een van de ouders. Ze is alleenstaande moeder van een zoontje van zeven en woont samen met haar mama niet ver van de school. Quality time met de kinderen was het thema van de bijeenkomst. We moesten elkaar vertellen hoe we dit invulden. Ik zei dat ik dit met mijn kinderen deed in de keuken als we kookten. Ze antwoordde dat dit niet ging want dat ze enkel een ruimte hadden die diende als slaapkamer en keuken en dat het te krap was. Toen repliceerde ik dat ze dit ook aan tafel kon doen en ze antwoordde dat ze zelfs geen tafel hadden. Dan realiseerde ik me dat ik me in de verste verte niet kan voorstellen wat het leven in de townships moet zijn. Beide zijn we moeder, en beide willen we het beste voor onze kinderen maar toch zijn de kansen niet dezelfde en toen ik de moeders, tienermoeders tante, oma en een papa er zag zitten, wist ik dat die kansen zo belangrijk zijn. Zelf hebben ze nooit genoten van een degelijke opleiding, worden ze geleerd hoe ze moeten spreken met hun kinderen, dat het lezen en vertellen van verhaaltjes zo belangrijk is om hun kinderen nieuwe woordjes te leren. Voor ons is dit een evidentie, voor die mensen niet. De mama's, tante, oma vol trots horen vertellen hoe zij hun quality time invullen en hun kinderen begrippen leren kennen aan de hand van dingen die ze samen doen, een mama die heel fier zei 'mijn kind zou dit walvisboekje leuk vinden want hij houdt van boten en walvissen', is ontluisterend maar tegelijk ook hard. De wil om hun kinderen een goede toekomst te geven, straalt van hen af maar het besef dat deze kinderen wellicht niet echt de kansen kunnen krijgen om degelijk onderwijs te genieten is wel de realiteit. De omgeving waarin ze wonen is er een van gangstergeweld en drugs en quick money en dit is de nabije toekomst van de vele onschuldige, vrolijke kinderen die we die dag ontmoetten. Desmund Tutu verwoordde het mooi, de dag na Madiba's verjaardag: 'Madiba se hart sou bloei, gelukkig weet hij niet van alles'.


En toch wil ik niet negatief eindigen, want ondanks die harde realiteit, zijn er toch mensen die zich belangeloos inzetten om deze gemeenschappen te helpen. De leerkrachten van de school die elke dag de kinderen begeleiden, de vele vrijwilligersorganisaties zoals die van Brigid en vele anderen die de mensen proberen de tools in handen te geven om een beter leven op te bouwen. Er is in dit land veel ellende maar ook veel good-will van zijn inwoners om iedereen gelijke kansen te geven. Net zoals de anti-apartheidsbeweging indertijd het mogelijk maakte om het tij te doen omkeren, zal het nu ook mogelijk zijn om samen met de verschillende gemeenschappen, blank en zwart, rijk en arm, beetje bij beetje de armoede en de ellende te overwinnen en de droom van Madiba waar te maken. Zoals Tutu ook zijn interview eindigde: 'daar is baie wonderlijke mense van alle rasse wat Suid-Afrika met 'n groot passie liefhet'. Dit stel ik ook vast in mijn zoektocht naar hoe postapartheid evolueert.

donderdag 12 juli 2012

Een dag in Kaapstad



Klik hier om volledige album te bekijken

Ik hou van steden in de vroege ochtend. Jacques Dutronc bezong de vroege stedelijke drukte al in ‘Paris s’éveille’.  Voor mij is het het begin van een verhaal van een dag in een stad ver weg waarvan je nooit weet hoe het zal verlopen.  
Ik begon mijn dag in Kaapstad City Center in de vroege ochtend. Verblijvend in een van de suburbs van Kaapstad, en toen nog zonder wagen, was ik genoodzaakt de trein naar Kaapstad te nemen. De trein nemen doe je best tijdens de spitsuren, want dan is er het meeste volk.  Je rijdt best in eerste klasse want in derde klasse rijden kan wel eens gevaarlijk zijn, al zeker als je er een beetje welgesteld uitziet, werd me aangeraden. Je hebt niet enkel klassen in de trein maar ook in de bevolking zijn de klassen heel duidelijk gescheiden.  Zoals een brave leerling kocht ik mijn eerste klasse ticket voor 8 rand of 0,8 Eurocent, en mijn les van veiligheid in gedachte, volgde ik de grootste groep mensen op de trein, die welliswaar allen in derde klasse opstapten. Samen met de gekleurde en zwarte commuters trok ik als enige blanke op de trein naar Kaapstad en was ik aangewezen op mijn buurman om mij te wijzen waar ik moest afstappen. Treinen in Kaapstad zien er eerder uit als metrostellen, met de nodige graffiti en heel verweerde ramen, waardoor het zicht op de buitenwereld eerder beperkt is. Hier wordt tevens niet omgeroepen in welk station je je bevindt en aldus ben je verplicht de buurman aan te spreken. Met de trein reizen is altijd een beetje avontuur niettegenstaande de commuters net zoals bij ons dezelfde verveling op het gezicht tonen, de mp3-speler in de oren hebben en een boek of krant in de hand hebben, zelfs in derde klasse. Kaapstad was nog altijd gehuld in de mist toen ik aankwam maar de straten kleurden algauw met de vele mensen. Office boys en girls in nette pakken waren op weg naar de desks, de straatstalletjes werden opgebouwd, de koffiegeur kwam uit de vele trendy koffiebars en de winkels openden de deuren. De deuren openen is relatief in Zuid-Afrika. Bij de meeste winkels hier moet men aanbellen om binnen te kunnen, zeker bij iets exclusievere boetieks en bookshops die men wil bezoeken. Net in Kaapstad bevindt zich een van de meest leuke bookshops die ik ooit heb bezocht: Clark’s. Houten rekken tot het plafond gevuld, tafels, nieuwe boeken, tweedehandsboeken allemaal in een klein oud winkeltje gestouwd. Twee oudere dames runnen de winkel en wijzen je direct het deel van antropologie, romans, geschiedenis en zijn verheugd om je in te wijden in de verhalen en schrijvers die hun stad en land rijk zijn. Je voelt je bijna in een Engelse film die zich afspeelt in ‘The Old Bookshop’ waarbij alleen nog een Dickensfiguur ontbreekt. Kaapstad is een bizarre mengeling van rassen, kleuren en ieder heeft zo een beetje zijn specialiteit. Afrikaanse shops met beeldjes en juwelen, Engelse teahouses, hallalshops , winkelketens, vele  groenten-, fruit- en prulariastalletjes langs de weg, zelfs een ‘Democratic shop’ … alles maakt deel uit van het city center en blendt tot een geheel.  Na mijn uitvoerige introductie in de Zuidafrikaanse literatuur en met de vraag als ik de boeken bij hen kon laten tot ik terug de City Center verliet en met hun antwoord 'Of course, my dear, we will put them in a nice bag for you, ging ik verder met mijn bezoek aan de stad. De mist was verdwemen en de stad was is in volle leven. Het City Center van Kaapstad heeft nog de grandeur van weleer met historische gebouwen en parken en groen, niettegenstaande wolkenkrabbers ook al bezit hebben genomen van de straten. Het park is een verademing en niet alleen voor mij. Vele koppeltjes, zelf op een weekdag, maken gebruik van de banken in het park, dat ondanks de winter nog vele camelia’s en rozen in bloei heeft staan. Een van de trekpleisters in de stad is Green market waar toeristen hun Afrikaanse souvenir kunnen kopen. En ja, vuvusela’s blijken nog altijd in trek, zelfs met pareltjes versierd, en wellicht sieren die nu vele schowmantels ergens overzee. Net op die markt vol met toeristen, word ik aangeklampt door een straatkind. 'Ma’am, can you buy me some food'. Ik probeer als een echte Captonian te negeren, maar hij blijft me volgen. Ma’am, please, no money, just buy me some food, I am hungry'.Ik kijk hem aan en weet niet wat doen. ‘Hoe wreed kan je zijn, denk ik. Koop dit kind iets.’ We worden op de weg naar de winkel tegen gehouden door iemand die het kind toeroept: ‘leave the lady alone.’ Ik neem het straatkind toch de superette binnen en hij snapt een doos cornflakes, fles melk en een pak suiker. Moet ik me nu de barmhartige samaritaan voelen? Ik weet het niet. Het geeft een wrang gevoel. Het kind zal een dag geen honger lijden, misschien twee, … en toch … waarom hij en niet ik. Het blijft door mijn hoofd spoken. Mijn tweede ontmoeting in de stad is van een andere aard. Ik had afgesproken met Roelof Petrus Van Wijk. Hij is architect, fotograaf en heeft een tentoonstelling lopen met imposante foto’s over ‘Jong Afrikaners’ in Kaapstad. Zijn subjecten staan afgebeeld zoals de portretten van de Hollandse portretschilders indertijd. Zijn doel is om Afrikaners van Nederlandse en Duitse afkomst als een diverse groep te tonen, elk met hun eigen verhaal. Ze dragen alle de geschiedenis met zich mee maar ze hebben ook een toekomst in dit land. Een toekomst die ze verder kunnen invullen, waarin ze verder kunnen groeien dan enkel hun Afrikaner, Christen conservatieve identiteit met al hun vooroordelen tegen andere rassen, homosexuelen, zoals de Afrikaner identiteit vaak wordt voorgesteld. Het is weliswaar niet evident. Hij zegt ‘wij zijn meer dan Afrikaner, wij zijn ook Afrikaans en hebben zelfs Afrikaans bloed en we hebben hier een geschiedenis van eeuwen. We zijn ook een deel van het land en we hebben ook de verantwoordelijkheid, meer dan de rest, om te zorgen dat dit land voor iedereen leefbaar wordt'. Hij is overtuigd van zijn missie en zijn volgend project zal een portrettenreeks worden van de familie Van Wijk in Zuid-Afrika.  Van Wijk’s stamvader betrad Zuid-Afrika in de 17de eeuw en heeft een heleboel nazaten nagelaten. Hij was een productief man, grapt Roelof over zijn voorvader. De familie Van Wijk heeft nazaten van San (bosjesmannen) over Zulu tot de Afrikaner met blauwe ogen en blond haar. 'Die portrettenreeks moet aantonen dat er meer is dat ons bindt dan scheidt als Zuid-Afrikaner', vertelt hij hierover. 'Beelden zeggen zoveel, gaat hij verder en fotografie kan een meerwaarde geven als getuigenis'. Hij gelooft in de rol van kunst die als trigger kan dienen en deuren kan openen om mensen op een andere manier te leren kijken naar de samenleving. Na dit inspirerend en verhelderend gesprek vertrek ik richting boekwinkel om mijn boeken op te halen. Een van de dames van de boekwinkel bood me aan om me naar huis te brengen. ‘I live in the neighboorhood anyhow and I am just leaving’. Op weg naar huis vertelt ze me dat ze een leerkracht Engels op pensioen is. Haar oudste dochter woont in Londen, zegt ze, en 'ik mis mijn kleinkinderen wel. Maar mijn dochter vond het beter in Europa te wonen. Daar is het veiliger om kinderen groot te brengen. Hier is geen toekomst meer', zucht ze. 'Je bent niet meer veilig en als blanke maak je geen kans meer'. Op één dag werd ik geconfronteerd met drie verschillende verhalen, een straatjongen, een fotograaf en een boekenwinkeljuffrouw, allen inwoner van een stad,allen getroffen door de ongelijkheid die er heerst, de onrechtvaardigheid en de veiligheid die ermee gepaard gaat, maar elk op zijn eigen manier. Ondertussen ben ik in Strand, een kuststadje nabij Cape Town. Ik heb een idyllisch uitzicht op de oceaan en Kaappunt, het bijna meest zuidelijke punt van het continent. Een continent, dat zo opkijkt naar Zuid-Afrika maar tevens een land waar de confrontatie tussen twee verschillende paradigma’s zo zichtbaar is maar het daarom wellicht ook zo boeiend maakt. 

zaterdag 30 juni 2012

Kamer met zicht


Klik hier om volledige album te bekijken

Hier ben ik dan in Kaapstad. Het voelt ondertussen een beetje als mijn tweede thuis. Mijn verblijf voor de eerste veertien dagen lijkt de perfecte plek om me op mijn schrijfsels te storten. Ik logeer in wat ooit de vertrekken van de meid waren in een oude Engelse villa. Het zicht is fantastisch. Ik kijk uit op Tafelberg, met aan zijn voeten Kaapstad. De stad waar ik op zoek ga naar ervaringen van mensen met hun stad. Craig en Brigid, mijn gastfamilie, zijn niet de typische 'witte' Afrikanen. Hier is geen inwonend personeel, wat de meeste buurtbewoners wel hebben. De 'meiden' van de buurtbewoners kom ik dagelijks tegen op mijn namiddagwandeling, slenterend met de honden, zich afvragend waarom die dieren zonodig aan een halsband moeten uitgelaten worden. Met een van heb heb ik al wat kennis gemaakt. Ze vroeg zich af waarom ik ook liep te wandelen en dan nog wel zonder hond. Was ik verloren gelopen? Ik zei van niet. Kom net uit Belgie aan en kan een beetje beweging gebruiken. Ze vond het grappig. Zomaar een beetje wandelen, nergens naartoe? Ja, zei ik. Ik ga straks naar huis, vertelde ze me. Ik woon even buiten stad maar ben van de Eastern Cape. Maandelijks bezoekt ze haar familie daar. Maar ik hou niet van wandelen, eindigde ze het gesprek, weer lachend. Elke dag zien we elkaar, laat ze een beetje meer los van haar leven, en noemt ze me de 'crazy walker without a dog'. Ze is Zulu, een jonge grootmoeder en haar jongste dochter gaat pas naar een nieuwe school.   De mensen bij wie Cornelia werkt, betalen een stuk van het schoolgeld van de jongste dochter, want ze studeert goed en ze verdient een betere school dan die in de buurt waar ze wonen. De meeste scholen in de townships zijn niet zo fantastisch, vertelt ze me. 
Brigid, mijn gastvrouw, legt me 's avonds uit - in de family lounge aan het haardvuur met een cup of tea, want hier is het winter en er is geen centrale verwarming - dat het onderwijs voor de zwarte bevolking en de coloured hier nog altijd slecht is. Vooral bij de laatste groep is er veel 'gang'geweld. Zij worden door de zwarte bevolking wat aan de kant geschoven.  Brigid is actief betrokken bij onderwijsprojecten in townships. Het zijn soms wel schrijnende verhalen, zegt ze. Een van de leerkrachten vertelde onlangs dat een jongetje van zeven haar kwam vertellen dat zijn papa hem meedeelde dat school niet belangrijk is want hij kon later meer en gemakkelijker geld verdienen met drugsdealing. Je wordt er moedeloos van, besluit Brigid.
Het is schrijnend en jammer genoeg de realiteit van een groot deel van de bevolking hier. 
Nochtans zijn niet alle verhalen zijn zo hopeloos en soms moet je de creativiteit van de inwoners van die krottenwijken bewonderen. Bij het voorbijrijden van een van de wijken wees Craig me op de vele satellieten die er waren. Krottenbewoners kopen zich een satelliet en vragen geld aan mensen om bij hen tv te komen kijken. Ze organiseren een soort shebeen, een thuiscafé. Als je niets hebt, moet je zoeken naar andere manieren om geld in het laatje te krijgen. Wat verder passeren we een wijk met wat ze in Zuid-Afrika 'matchboxhuisjes of luciferdooshuisjes' noemen. Het zijn de typische townshiphuizen die ter vervanging van de krotten komen. De huizen zijn volledig gesubsidieerd en mensen kunnen er gratis wonen. Komend uit België, leek het me niet vreemd dat aan de huisjes nog kotjes waren gebouwd. Iedere treinreiziger kent het kotjessyndroom van de Belg. In de townships van Zuid-Afrika kennen ze het fenomeen ook. De bewoners bouwen aan het huis 'provisoire' huisjes maar verhuren het betere huis en wonen zelf in de krotten. Ze worden de 'back yard dwellers' of 'achtertuinbewoners' genoemd. En ja, dit geeft hen de mogelijkheid om meer dan een extra centje bij te verdienen.  
Zo zijn er wellicht duizenden boeiende verhalen van de townships. Maar ik kwam hier zoeken naar de 'Afrikaner' sprekende bevolking. Mensen die me op de een of andere manier intrigeren. Het is een vreemde mix van het kwade en het goede. Er is die verschrikkelijke geschiedenis van apartheid die ze met zich meedragen maar tevens maken zij ook deel uit van Zuid-Afrika. Ze wonen hier al eeuwen en generaties van voorouders liggen hier begraven. Wat denken zij van het verleden maar vooral hoe zien zij het land veranderen, wat is hun hoop en hoe zien ze zichzelf als groep in de toekomst? Kunnen zij hun grenzen verleggen en verder kijken dan de Christen conservatieve Afrikaner identiteit. Maar er is ook een grote groep Afrikaner sprekende 'coloured people', hoe profileren zij zich en wat is hun band met de Afrikaner taal en identiteit? Met het zicht vanuit mijn raam op Kaapstad op een letterlijk verdeelde stad, zelfs geografisch van arm en rijk, blank, gekleurd en zwart, weet ik dat er ongetwijfeld boeiende personen zijn die me hun beleven van hun wereld willen vertellen.   

donderdag 28 juni 2012

Luchthavens, funky shoes, Thin Lizzy en anthropology





Luchthavens zijn een speciale plek. Mensen komen en gaan maar vooral mensen wachten.  Dit laatste overkwam me ook. Londen was even niet bereikbaar en vluchten hadden vertraging. Een mens kan niet anders doen dan hopen dat het allemaal goed komt. Ik gaf me over aan de verhalen van mijn boek. Maar luchthavens doen iets met mij. De verleiding om rond te kijken is groter dan de verhalen in het boek, hoe grappig ze ook zijn. Al vlug dwaalt de blik af en check ik wie mijn medepassagiers zijn. Het is altijd goed om weten met wie je je laatste uren zou doorbrengen. Indien het vliegtuig het nu zou begeven, zou ik mijn laatste uren gedeeld hebben met een bende oude rockers. Het moesten rockers zijn, dacht ik: de ene helft met lange, een beetje te veel gekleurde haren, een ietwat verweerde huid, kleurrijke tattoos en de nodige bling bling aan de vingers. De andere helft hield het wat soberder met de bekende Engelse mullet in de nek, kalende hoofden en al wat hangende buiken. Een mens mag dan al iets of wat beroemd zijn, zij waren ook gedoemd tot de stoeltjes in de lounge. Het maakte de groep wachtende passagiers een beetje kleurrijker. Het was zelfs een beetje spannend, zeker toen een van hen ineens begon te praten. 'Love your funky shoes. Where did you buy them?' 'Parijs' was een schot in de roos. Hoe 'funky' kan een vrouw zijn: felblauwe schoenen uit Parijs. Het gesprek kwam op gang en we deelden een stukje van ons leven. 
'Wat zou ik in Kaapstad gaan doen? Een thesis over Kaapstad schrijven en dan nog in antropologie. Dat klinkt ''f* ' exciting'. Waarover ga je dan schrijven?' Daar zit je dan met de mond vol tanden. Waarover ga ik schrijven? Verhalen vertellen over mensen in de stad, antwoord ik. Welke mensen? Weet ik eigenlijk  niet zo goed. Misschien zouden jullie wel leuke mensen kunnen zijn om verhalen over te vertellen. Dit was nog eens een idee, want als ik de aansluiting zou missen naar Kaapstad kon ik hen nog altijd vergezellen naar Newcastle. Live on the road met fossielen van de rock ... Het zou een leuke ervaring kunnen zijn, en misschien wel spannender dan de senioren in Kaapstad die ik nu voor ogen had . Maar het bleek een korte droom. Ik haalde mijn vlucht naar Kaapstad. The rocking seniors van Thin Lizzy hebben hun optreden achter de rug en ik zit ondertussen op mijn kamer te dromen over verhalen van mensen in Kaapstad. How 'f*' funky kan het leven zijn.